Toen Johannes de Doper mensen begon te dopen in de Jordaan was dat niet iets vreemds voor de Joden, niemand stelde daar vragen over. Dit komt omdat het gebruik van de doop heel gewoon voor hen was en hoorde bij hun godsdienstig leven (Lev.22:4-6). Als men lichamelijk onrein was, b.v. door het aanraken van een dode of iets onreins, dan was men pas weer rein als het onreine verwijderd was en men zich helemaal gebaad had in water. Tot voor kort kenden de orthodoxe Joden nog steed de rituele onderdompeling.
Naäman de Arameeër werd gereinigd van zijn melaatsheid, doordat
hij zich zevenmaal onderdompelde in de Jordaan (2 Kon. 5), een
mooie illustratie van de doop.
Johannes de Doper nam dat doopgebruik over, maar gaf er een
nieuwe geestelijke betekenis aan: de reiniging van het hart. Hij doopte
de mensen onder belijdenis van zonden, zoals Jesaja profeteerde:
"Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit Mijn ogen weg" (Jes 1:16).
Onze doop is niet een afwassen van lichamelijke onreinheid, maar
symboliseert de reiniging van hart en geweten (1 Petr 3:21).
De rituele wassing werd nog op een tweede manier gebruikt onder
het Oude Verbond, nl. bij de priesterwijding (Lev 8:4-6). Het symboliseert
voor ons dus niet alleen de afwassing van het zondige verleden,
maar ook onze wijding als priesters voor God (1 Pet 2:5, Opb 1:6).
De doop symboliseert het feit dat we in de bekering en wedergeboorte één geworden zijn met de dood en opstanding van Jezus. Door onze bekering wordt onze oude mens uitgeleverd aan God en medegekruisigd met Christus. Door de doop getuigen we dat we, wat ons oude leven betreft, ons vereenzelvigd hebben met de dood van Christus. Als we ondergaan in het water, wordt symbolisch het oude leven met Christus begraven. Als we weer opkomen uit het water, belijden we samengegroeid te zijn met Zijn opstanding. Van nu af aan leven we ons leven met Christus en wandelen we met Hem in nieuwheid des levens (vgl. Rom. 6:1-8).
Er worden nog twee voorvallen uit het Oude Testament aangehaald om de doop te illustreren. De Ark van Noach waarin door het water mensen gered werden van het oordeel en de ondergang en de doortocht door de Rode Zee, waarbij mensen verlost werden uit de slavernij van zonden (1 Pet 3:20-21, 1 Cor 10:2). De doop is dus de bijbelse wijze om weer te geven dat men met Christus een nieuw leven is begonnen. Het is een bede van een goed geweten tot God.
De kamerling uit Ethiopië vroeg: "Wat is er tegen dat ik gedoopt wordt?"
Het antwoord laat er geen twijfel over bestaan: "Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd" (Hand. 8:36-37).
Ook de Here Jezus stelde duidelijk dat geloofsvertrouwen vooraf moet gaan aan de doop (Marc. 16:16).
Johannes de Doper en Petrus gebruikten het woord 'bekering'.
Bekering tot Christus moet vooraf gaan aan de doop. En die bekering
moet ook echt zijn, de vrucht ervan moet zichtbaar zijn in een veranderd
leven (Mat 3:5-9).
Steeds als er over de doop gesproken wordt, komt tot uiting dat het
iets persoonlijks is, dat men zichzelf uit eigen beweging moet laten
dopen. Een ander kan en mag die beslissing niet voor je nemen. Dit is
logisch, want het gaat ook om een persoonlijke bekering en geloof.
Niet alles wat men 'doop' noemt heeft waarde voor God. Er is in de bijbel alreeds sprake van een doop, die overgedaan moest worden. De discipelen te Efeze waren nog gedoopt in de doop van Johannes de Doper. Ze kenden toen de Here Jezus nog niet en konden zich dus ook niet tot Hem bekeren en in Hem geloven. Daarom gold hun doop niet. Nadat ze werkelijk zich persoonlijk tot Jezus bekeerd hadden, werden ze door Paulus voor het eerst gedoopt met de doop die geldt voor de Nieuw-Testamentische gemeente (Hand. 19:2-5).
Natuurlijk is persoonlijk geloof belangrijker dan de doop; als geloof ontbreekt dan ben je verloren, ook al ben je gedoopt. Er kunnen uitzonderlijke omstandigheden zijn waardoor men zich onmogelijk kan laten dopen. Een voorbeeld is de moordenaar aan het kruis naast Jezus, die wel tot bekering kwam en daar openlijk van getuigde, maar begrijpelijk niet in de gelegenheid was om zich hoe dan ook te laten dopen. Hij was natuurlijk ontheven van de opdracht om zich te laten dopen (Luc 23:40-43)
Wie zich laat dopen is gehoorzaam geworden aan Christus. De doop
gaat gepaard met blijdschap en zegen, zoals iedere geloofsstap
zegen afwerpt. Doopdiensten hebben altijd iets extra feestelijks. De
kamerling ging na de doop zijn weg met blijdschap.
Na de bekering en doop ligt er voor ieder de belofte van de vervulling
met de Heilige Geest (Hand. 2:38-39).
Als men besluit om zich te laten dopen, komt er soms ook geestelijke
strijd bij. Het kunnen de mensen in je omgeving zijn die trachten je er
van te weerhouden. Andere keren zijn het omstandigheden of innerlijke
gevoelens. Johannes de Doper, de beste vriend van Jezus,
probeerde met de beste bedoelingen Jezus ervan te weerhouden om
Zich te laten dopen (Mat 3:14). Het is niet goed er aan toe te geven, al
kost het wat innerlijke strijd.
Na de doop was er voor Jezus nog veel meer strijd toen Hij verzocht werd
door de boze (Mat 4:1-11).
Strijd en verzoekingen blijven ons niet bespaard. Satan probeert onze vrede in Christus te ondermijnen
en ons te weerhouden met de Heer verder te gaan. Maar strijd
betekend niet dat je niet op de goede weg bent of dat je geloof niet
goed is. Uiteindelijk laat de Heer zoveel toe in ons leven als we aankunnen.
Als we volharden dan keert de rust in onze ziel weer terug en worden we sterker
in ons geloofsleven.
Nergens in de bijbel wordt vermeld dat kinderen gedoopt werden;
men zoekt er tervergeefs naar. De gevangenbewaarder te Filippi liet
zich met zijn gehele huis dopen. Er wordt niet vermeld dat daar kinderen
bij waren. Integendeel, er waren geen kinderen, want allen kwamen
tot geloof en zoiets kunnen baby's nog niet (Hand. 16:32-34).
Als baby's besprenkeld worden, dan geldt dat bijbels gezien niet als
doop. Men kan het hooguit beschouwen als een oprechte daad van
de ouders, die, naar hun beste inzichten handelend, hun kinderen
opdragen aan de Heer. Ze blijven zelf verantwoordelijk om voor de
Heer te kiezen en dit tot uiting te brengen in de doop.
Jezus liet door Zijn discipelen de mensen dopen die tot bekering
kwamen (Joh 4:1-2). Toen echter de kinderen bij Hem gebracht
werden liet Hij ze niet dopen, maar legde hen de handen op en zegende ze (Marc. 10:13-16).
Wat de besnijdenis van het Oude Verbond betreft, die is niet vervangen
door het uiterlijk teken van de doop, maar door de ware besnijdenis van het hart,
naar de Geest, hetgeen geen werk van mensenhanden is. Dit is de bekering en
wedergeboorte van het hart (Rom 2:28-20, Col 2:11-12).
Een uiterlijk teken aan het lichaam heeft op zichzelf geen waarde, als
het niet vooraf gegaan is door innerlijke vernieuwing. Overigens is
dopen niet hetzelfde als iets met een paar druppeltjes besprenkelen.
Dopen gebeurde in de bijbel door onderdompeling. Daarom moet
Johannes de Doper een plaats opzoeken waar veel water was (Joh 3:23).
De bekeerlingen in het N.T. lieten zich op dezelfde dag van hun bekering
of snel daarna dopen (Hand 2:41, 8:36, 16:33).
Als u nog niet gedoopt bent, laat u dan binnenkort dopen.
Bent u als kind gedoopt? Onderzoekt dan het Woord van God en vraag wat Zijn wil voor u is.
De Bijbelse manier van dopen is na de bekering, door onderdompeling, tot afwassing van de zonde.
En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van zijn naam. (Hand 22:16)
Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. (Mar 16:16)
| Reacties [7] |