Hoofdstuk I - Machtige uitstorting van de Heilige Geest

Index / Vorige / Volgende

HOOFDSTUK 1

MACHTIGE UITSTORTING VAN DE HEILIGE GEEST

De morgen wijding en het gebedsuur dat daarop volgde duurde langer dan gewoonlijk. De oudste kinderen verlieten de ??n na de ander het vertrek om hun lessen in het schoollokaal te gaan volgen, terwijl de kleintjes geknield ernstig bleven bidden. De Heer was heel dicht bij ons. Wij voelden allen de tegenwoordigheid van de Heilige Geest in ons midden. Vele kinderen die weggegaan waren kwamen terug.

Allen werden zich zo sterk bewust van zonde en schuld, dat zij met betraande ogen en met opgeheven handen tot God riepen om vergeving van hun zonden, die op dat moment zwart leken. Hier hadden wij al lang om gebeden. De ??n na de ander viel neer onder de machtige aanraking van de Heilige Geest, totdat er ongeveer twintig languit op de grond lagen. Toen ik zag dat de Heer op het punt stond iets bijzonders te doen in ons midden, sloop ik zachtjes naar het schoollokaal en zei tegen de jongens, dat zij mochten komen als zij ook wilden blijven bidden.

Al heel gauw was de Chinese onderwijzer de enige die in het schoollokaal achterbleef. Al zijn leerlingen hadden zich aangesloten bij de biddende groep en baden van ganser harte mee en prezen God. Toen hij merkte, dat er voor hem niets meer te doen viel, ging hij naar huis. Ik had hem niet speciaal uitgenodigd, want ofschoon hij al lang bij ons was scheen hij geen enkel begrip te hebben voor de geestelijke dingen en was er niet in het minst van overtuigd dat hij gered moest worden.

Maar hij was nog niet ver of hij keerde om. Toen hij in de gebedskamer kwam bemerkte niemand dit, want ieder had voor het aangezicht van de Heer genoeg aan zichzelf. De onderwijzer ging naar de verste hoek van de kamer, waar hij voor het eerst van zijn leven neerknielde om God te aanbidden. De kracht van God was zo overweldigend, dat ik het beter vond de jonge onderwijzer aan zichzelf en aan God over te laten. Het duurde dan ook niet lang of ik zag dat ook hij met opgeheven handen en met tranen in de ogen God aanriep om vergeving van zijn zonden, en ik hoorde hem bekennen dat zijn zonden vele, ja zeer vele waren. Ik wist dat hij een trotse jonge man was, en toen ik zag hoe hij zichzelf nu zo bloot gaf in tegenwoordigheid van zijn leerlingen, begreep ik dat hij enkel tot deze schuldbelijdenis had kunnen komen omdat de Heilige Geest hem daarvan had overtuigd.

Het gebedsuur bleef uren duren en niemand scheen er behoefte aan te hebben de gebedskamer te verlaten. Ik behoefde niets te zeggen en mocht ook niets zeggen om hen daar te houden. De Heer had de leiding helemaal in Zijn hand. Ik probeerde alleen maar Hem niet in de weg te staan.

Terwijl de kinderen nu in gezichten de verschrikkingen van de hel zagen, het gejammer van de verloren zielen hoorden en de verschrikking van de duivel en zijn helpers ervoeren, nam hun schreeuwen zulke vormen aan, dat het alles overtrof wat ik ooit gehoord of gedroomd had. Het was zo'n realiteit voor hen allen, dat velen meenden dat zijzelf gebonden naar de ingang van de hel werden gesleept; dit alles ervoeren zij niet als een droom, maar als tastbare werkelijkheid. De vloek van de zonde en de macht die de duivel over hen had tengevolge van de zonde, kwelde hen alsof zij het werkelijk voelden. Maar de bevrijding van deze boze macht door de genade van Jezus Christus ervoeren zij eveneens. Nadat zij de bevrijding uit de macht van satan beleefd hadden, wisten zij ook terdege dat hun redding en zaligheid een feit was. Gezien de situatie waaruit zij gered waren, getuigden hun blijdschap, hun lachen, en de vrede van hun hart, van een ervaring die zij nooit meer zouden kunnen vergeten.

Daar zij van 's morgens vroeg tot laat in de namiddag in de tegenwoordigheid van God waren gebleven en voor het avondeten werden geroepen, dacht ik zeker, dat het gebedsuur voor deze dag tenminste afgelopen zou zijn. Maar ik had mij vergist. Slechts enkelen gingen, maar kwamen ook gauw weer terug en zeiden, zij de hele nacht op de Heer wilden wachten. Dit was beslist iets nieuws voor ons, want voordien duurde een dienst van een uur velen al veel te lang. Wij hadden reeds lang gehoopt, dat zij meer naar het gebed zouden verlangen, en wie zou hen tegenhouden, nu zij wilden bidden? Elk kind ging deze nacht pas naar bed toen het zeer laat was, en eerst om zes uur hielden de laatste lofprijzingen op. Deze morgenwijding had een volle twintig uur geduurd.

WEKEN VAN AANHOUDENDE REGEN

Nadat de stromen van de Geest twee dagen lang hadden gevloeid, leken zij op te houden. Toen wij dat merkten, keerden wij terug tot de dagelijkse gang van zaken, in de hoop 's avonds meer tijd in gebed te kunnen doorbrengen. De jongens gingen zich weer bezig houden met hun lessen op school en ik ging op zoek naar een paar mensen, die met ieder van de kinderen persoonlijk over hun heil zouden kunnen spreken.

Onze morgenwijding begon 's morgens om ongeveer half zeven. Zoals gewoonlijk baden wij allen gelijktijdig, en ieder mocht de samenkomst verlaten wanneer hij gebeden had. Toen ik om ongeveer twaalf uur terugkwam, hoorde ik in de gebedskamer iemand bidden. Toen ik wilde weten wie dat was, zag ik, dat onze meest rustige en verlegen jongen Wang Gia Swen, acht jaar oud, zich achter het orgel had verstopt en huilend om vergeving van zijn zonden bad. Hij had niet ontbeten en had zonder onderbreken vanaf de morgen wijding tot op dat moment gebeden.

Toen ik de kamer weer uitging, kwamen de kinderen uit school. Na het middageten wachtte hen het werk in de tuin of een of andere taak in huis. Enigen vroegen mij nu of zij soms weer mochten gaan bidden. Toen hen dit werd toegestaan, gingen slechts weinigen aan het werk. De meesten begaven zich naar de gebedskamer en begonnen weer te bidden. Al heel gauw daarna volgde een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest. Deze stroom hield zo aan, dat gedurende een hele week niemand meer probeerde het dagelijks werk te doen. Men deed slechts het hoogst noodzakelijke. Ieder voor zich bracht alle vrije tijd door in gebed tot God, om maar niets te missen van alle zegeningen van de hemel, die God gaf.

De eerste dagen vergat men bijna te eten en te slapen. Steeds wanneer de jongelui begonnen te bidden, daalde de kracht van God neer en vielen er een aantal op de grond. Het was onmogelijk op de vaste tijden te eten, zonder het werk van de Heilige Geest te onderbreken. Wanneer sommigen ervoeren dat de kracht van God zich ophief, gingen zij eten en keerden dadelijk weer naar de gebedskamer terug om verder te genieten van de gemeenschap met de Heilige Geest.

Deze manifestaties van de Heilige Geest bleven zo voortduren, dat op ieder moment van de dag tot laat in de nacht wel ??n van de jongens onder de kracht van de Geest was.

Wang Gia Swen
Wang Gia Swen,De jongen die zich zo over aan gebed tijdens de uitstorting van de Heilige Geest.

Wanneer het 's avonds om negen of tien uur stiller werd, stelden wij voor dat allen naar bed zouden gaan en tot de volgende morgen zouden rusten; toch bleven er altijd nog enkelen achter om nog langer op de Heer te wachten. Terwijl dezen voortgingen met bidden, kwamen ook bijna alle anderen weer uit bed en baden verder. In die tijd kreeg niemand 's nachts veel slaap. Sommige jongens verlieten de hele nacht de kamer niet. Zij wilden niet slapen. Als de slaap hen overviel lagen zij een tijdje op de grond en knielden dan weer voor gebed, om de Heer te zoeken, en spoedig bevonden zij zich weer helemaal in de Heer.

E?n ding staat vast, het was een werk van de Heilige Geest, die van de zendelingen niets anders verlangde, dan dat zij Hem niet voor de voeten zouden lopen, en niet zouden proberen Hem door een verstandelijke aanpak te hinderen. Voor ons was het zaak dat wij onze eigen harten openden om meer te ervaren van Gods zegeningen, die in zulke stromen neerkwamen.

Of we nu wel of niet aanwezig waren in deze samenkomsten maakte nauwelijks enig verschil. Op ??n van de eerste morgens werden wij op de bovenste verdieping opgehouden. Zonder enige aansporing tot gebed waren de kinderen stuk voor stuk naar de gebedskamer gegaan en loofden en prezen God. Toen ook wij, na alle onderbrekingen, de gebedskamer binnenkwamen, zagen wij dat reeds een paar van de jongste kinderen onder de kracht van de Heilige Geest op de grond lagen, terwijl zij in andere tongen zongen, zoals de Geest dit ieder gaf uit te spreken.

Vanaf het begin bewogen de uitingen van de Geest, de gezichten en openbaringen zich op zo'n hoog bovennatuurlijk niveau, dat het onze beperkte kennis en onze ervaringen in bovennatuurlijke zaken verre te boven ging.

Zowel mijn lieve vrouw als ikzelf moesten toegeven, dat de zaken al zo ver gevorderd waren, dat wij nog slechts onze toevlucht konden nemen tot het geloof in Gods beloften, en moesten vertrouwen dat Hij sterker was dan de duivel. Daar wij uit ervaring wisten dat wij ons op Gods beloften konden verlaten, namen wij ook nu onze toevlucht daartoe. Er is immers beloofd dat wie de Vader om brood bidt niet behoeft te denken dat hij een steen zal ontvangen, en dat wie Hem om een vis bidt, geen slang zal krijgen, en wie Hem om een ei vraagt niet afgescheept zal worden met een schorpioen. Zo zal degene die Hem zoekt uit zuivere motieven, zoals deze kinderen de vergeving van hun zonden hadden gezocht, geen demon worden gegeven maar juist datgene wat hij zocht, en wel boven bidden en denken (Luc. 11:13).

De Adullam Jongens
De Adullam jongens waren normale jongens.
Zij werkten op het veld.

Gedurende al de weken die volgden bewees God, dat Zijn beloften waar zijn. En omdat Hij ons dit ook vroeger reeds had laten ervaren, waren wij hierdoor niet bevreesd toen wij Gods wonderbare werken onder ons zagen en hoorden. Iedere dag gebeurde er iets anders, het ene wonder overtrof het andere, en de Heer voerde onze Adullam vluchtelingen in de school van de Heilige Geest van klas tot klas en van heerlijkheid tot heerlijkheid.

Index / Vorige / Volgende