Hoofdstuk II - Bovennatuurlijke uitingen van de Heilige Geest

Index / Vorige / Volgende

HOOFDSTUK 2

BOVENNATUURLIJKE UITINGEN VAN DE HEILIGE GEEST

Vele wonderbare uitingen van de Heilige Geest vielen juist die kinderen ten deel die bijna niets afwisten van wat de Bijbel over dit onderwerp leert, en daarom bevestigden zij door de gezichten de uitstorting van de Heilige Geest, zoals dit in het Nieuwe Testament beschreven is.

Enkele kinderen hadden ons nog nooit horen spreken over de ?late regen? als de uitstorting van de Heilige Geest in onze tijd, maar zij ervoeren het in werkelijkheid wel als een regen.

DE LATE REGEN

Terwijl wij allemaal met gesloten ogen de Heer prezen, kregen enkele kinderen het gevoel alsof er regendruppels op hun hoofd vielen. Maar zij gingen zo op in het zoeken van de Heer, dat zij de zegen niet wilden missen door hun ogen open te doen en rond te kijken. Maar tegelijkertijd verbaasden zij er zich over hoe het op hun hoofd kon regenen, terwijl er nog een verdieping en een dak tussen hen en de hemel was. Doch toen de druppels vielen werden hun harten verkwikt. Toen het druppelen in een stortbui veranderde, was het toch zo wonderheerlijk, dat al spoedig werd vergeten hoe het mogelijk was dat het op onze verdieping kon regenen. De stortbui werd een stroom en de stroom vulde de hele kamer, en het water steeg hoger en hoger, totdat de gelukkige zoeker-naar-God in de levengevende hemelstroom zwom.

Verscheidene kinderen ervoeren op verschillende tijden de uitstorting van de Heilige Geest als stromende regen. Zes maanden later, na een zekere droogte, werden de vensters van de hemel opnieuw geopend en beleefden wij een volgende uitstorting van de Heilige Geest. Weer voelden twee van de jongste kinderen dat de Geest als een regen neerstroomde , "de late regen", die als het ware op hun hoofd viel, totdat zij drijfnat en doordrenkt waren.

Door de Schrift te bestuderen en direkte openbaring door de Geest heeft Adullam heden de betekenis van het woord "regen" leren verstaan; nu begrijpen zij het Schrift-woord: "Dit is het waarvan gesproken is door de profeet Jo?l: Hij heeft u als voorheen de vroege regen gegeven, en u regenstromen, vroege regen en late regen gezonden, in de eerste maand." (Hand.2:16 en Jo?l 2:23)

De "vroege regen" daalde neer op de eerste gemeente, de basisgemeente, die op de Pinksterdag op aarde werd geplant, en op de gemeente van de daarop volgende drie eeuwen. De "vroege regen" kwam in de herfst, nadat het graan in de aarde was gezaaid. Daarna kwam volgens 2 Thess. 1-4 de "grote afval" en de lange winter van donkere eeuwen, waarin het graan in de aarde was gestrooid. - De Gemeente in de wereld -, naar het scheen dood. Toen begonnen de druppels van de 'late regen" te vallen op de eerste dag, of volgens de oude vertaling 'in de eerste maand', door Luther, Wesley, Fox, Finney, Moody en andere dienstknechten van God. Redding door het geloof, de ervaring van de wedergeboorte, een leven van heiliging, enz. - "eerst de halm, dan de aar" -, zo was het ook hier in Adullam. Toen begon de regen in stromen te vallen. Heiliging door het geloof in Christus en in Zijn Naam begon opnieuw te werken. De Heer laat weer duivelen uitwerpen, geneest de zieken, wekt de doden op en betoont zich de almachtige God temidden van hen die Hem geloven en Hem vertrouwen. De hoop op de wederkomst van Christus wordt weer levend. De Heer doopt opnieuw gelovigen met Zijn Geest, zoals in het begin bij de "vroege regen", zodat zij profeteren en in andere tongen spreken, gelijk de Geest het hun geeft uit te spreken.

Hwang wen Hsioh
Hwang Wen Hsioh, een jongen uit ??n van de bergstammen.
De Heer had hem bijzonder gezegend met de Doop in de Heilige Geest en de meest wonderbare visioenen.

De oogst is nabij. De "vroege regen" - de regen op het uitgestrooide zaad - kwam op de tijd dat dit nodig was; de "late regen" - de oogstregen - zal in overvloed neerdalen om het koren te doen rijpen, om de gemeente tot volmaaktheid te brengen. De regen zal in stromen neervallen. De grootste opwekking, die de wereld ooit heeft gezien, moet nog komen. De grootste goddelijke wonderen in de gemeente van Jezus Christus verschijnen aan de horizon van haar geschiedenis. De uitstorting van de "late regen" staat voor de deur. Wolken bedekken reeds de hemel. Overeenkomstig Zijn voorheen gegeven belofte zal de Heer nu spoedig Zijn Geest uitstorten op alle vlees. De eerste gemeente was het zaad dat tijdens de "vroege regen" werd uitgestrooid, in de aarde viel en stierf en nu als een veelvoudige vrucht te voorschijn komt. Spoedig zal de rijpe tarwekorrel in de aar zichtbaar worden. Ver boven alles uit wat op de Pinksterdag gebeurde "zullen uw zonen en dochters profeteren en uw jongelingen gezichten zien", en zo zal ook de belofte in vervulling gaan: "Op Mijn dienstknechten en dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten" (Jo?l 2:28, 29 en Hand.2:17-21).

Door deze laatste, grootste uitstorting van de Geest zal de gemeente, in de volle aar, de jaren vergoed krijgen toen de sprinkhaan alles opvrat (Jo?l 2:25). Al de Geestesgaven zullen aan de door het bloed gewassen gemeente weer worden teruggegeven, bovennatuurlijk leven en bovennatuurlijke dienst; en menigten zullen worden gered. "De dorsvloeren zullen vol koren zijn en de perskuipen van most en olie overstromen" (Jo?l 2:24). Een grote schare, die niemand tellen kan, zal uit alle volken en stammen, nati?n en talen, in Gods schuur verzameld worden (Openb.7:9)

Als u, geliefde lezer, Handelingen 2 leest, dan zult u tot de conclusie moeten komen, dat deze uitstorting op "alle vlees" voor heden geldt. Onze kinderen van Adullam zijn zich dat tenminste wel bewust. Zeer vaak stond de Heer in hun midden, gaf hen dezelfde belofte als aan de discipelen en gaf hen ook dezelfde opdracht om in de kracht van de ontvangen Geest het heil uit te dragen, zoals in de dagen van de "vroege regen". Wij weten dat de "late regen", die op Adullam viel, overeenstemt met de "vroege regen", maar het is de laatste regen die de vrucht met het kaf tot rijpheid brengt en ze van elkander scheidt en de wederkomst van onze Heer bespoedigt, teneinde het koren in Zijn schuren te verzamelen en het kaf te verbranden.

Verscheidene kinderen van Adullam zagen bij verschillende gelegenheden de Heilige Geest als tongen als van vuur boven het hoofd van een ieder in het vertrek (Hand. 2:2--4). Dikwijls zagen sommigen dit gelijktijdig. Maar wie zijn Bijbel kent, weet, dat de Goddelijke dingen niet aan allen op dezelfde wijze worden geopenbaard.

Toen de Geest begon te vallen, werd Hij door meerderen waargenomen als
een wind die boven hen ruiste en hen vervulde met vrede en kracht. Inderdaad waren deze windvlagen soms zo hevig, dat het ons geen moeite kostte om het woord uit Handelingen te verstaan, dat zegt: "En terwijl zij baden, werd de plaats waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest" (Hand. 4:23-31).

Vaak vertelden oudere en jongere kinderen dat zij de Heilige Geest zagen als
zeven lampen. In tijden dat de uitstorting met bijzonder grote kracht gepaard ging werd de Heilige Geest gezien als zeven lampen, die vanuit de hemel neerdaalden in ons midden. Wanneer de kinderen op die momenten gezichten ontvingen, en Christus op Zijn troon zagen zitten, hadden zij diezelfde lampen voor Zijn troon zien branden, "welke zijn de zeven Geesten Gods" (Openb. 4:5). Wij wisten allen, dat de zeven lampen symbool waren voor het feit dat de Heilige Geest in ons midden was.

In de eerste dagen van de uitstorting bij ons sprak ??n der kleine jongens, die in de Geest blijkbaar aan de voeten van Jezus zat, een duidelijke profetie uit. De Heer zelf sprak in de eerste persoon door hem over veel dingen die de kinderen niet begrepen, en legde hun uit hoe zij moesten wachten en de Heilige Geest moesten zoeken. Toen zei de Heer: "Wanneer de Heilige Geest in je midden is, open dan je ogen niet, want dat zou hinderlijk zijn. De Heilige Geest zal op je komen om je kracht te geven voor de verkondiging van het Evangelie, om demonen uit te drijven en zieken te genezen; de Heilige Geest vertoont zich aan je in zeven kleuren." ??n van de oudere jongens vertelde dat hij een groot rood licht had gezien in vele kleuren, toen de Heilige Geest over hem was gekomen. De Heer vertelde hem en anderen, die verschillende lichtkleuren hadden gezien, wat hiervan de betekenis was. Weliswaar weet ik dat licht uit zeven kleuren bestaat, maar voordien had ik er nooit aan gedacht, dat de zeven kandelaren voor de troon van God -de Heilige Geest - tevens verband hielden met de zeven kleuren. Alle licht komt van God, en God is Licht.

Onze kinderen van Adullam hebben de Heilige Geest eveneens gezien stralender dan de middagzon.
Bijna dagelijks werd de Heilige Geest aangekondigd als een stralend licht. Enkele kinderen hadden hun ogen open gedaan om te zien of het electrisch licht in de kamer zoveel licht gaf en hadden de verlichting nauwelijks kunnen zien door de Heerlijkheid van de Heer, die de hele kamer scheen te vullen. Nu wisten deze kinderen wat Paulus bedoelde, toen hij over dat licht op de weg naar Damaskus schreef: "schitterender dan de glans der zon" (Hand. 26:13). Na dit gezicht en de gezichten over de hemel weten deze kinderen van Adullam, waarom er in de hemel geen nacht kan zijn en men daar geen licht noch de zon nodig heeft, want God de Heer verlicht hen. In een duister land op deze duistere aarde, weten deze bedelaartjes van weleer, zonder enige twijfel, dat het nieuwe Jeruzalem in de hemel het licht van de zon niet van node heeft, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam (Openb. 21:23 ).

Index / Vorige / Volgende